Een kleine ondernemer die droomt over een wereldwijd vacuum cleanerimperium noemt zijn eenmanszaakje niet De Stofzuigerkoning. Die vorm van zelfrelativerende humor hoort bij winkeliers die weten dat hun zaakje over dertig jaar niet veel groter zal zijn dan nu, áls het al overleeft. Het is dan ook geen wonder dat juist de kleinste zaakjes verwijzingen hebben naar paleizen, koningen en keizers. Niet voor niets wijdt het museum een aparte tentoonstelling aan vispaleizen. Aan de andere kant van het spectrum staan de ondernemers die hun enorme zaak op een meubelboulevard het designpaleis noemen. Dat zijn gewoon patsers.
In deze tijd van globalisering en van grote winkelketens verliest de detailhandelroyalty terrein. Het is me regelmatig gebeurd dat ik op weg ging naar een scooterpaleis of een bloemenkoning en ter plekke merkte dat de zaak ter ziele was. Des te meer reden om wat er nog is vast te leggen voor u en voor het nageslacht. Maar het is zeker niet de bedoeling dat het detailhandelroyaltymuseum een mausoleum wordt van pittenkoningen en kippenkeizers. Het museum wil juist een stimulerende rol vervullen in de verspreiding van het gedachtegoed van de middenstandsroyalty. Een gedachtegoed dat zich laat karakteriseren door de woorden ‘groot in het kleine’.